een in artikel I.1, eerste lid, 1°, c), van dit boek bepaalde onderneming, of een rechtspersoon waarvan de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn, betreft, is het derdenverzet uitgaande van een vennoot die niet op de hoogte gebracht is of geen kennis gekr
Bedrijfsgegevens
| Naam | een in artikel I.1, eerste lid, 1°, c), van dit boek bepaalde onderneming, of een rechtspersoon waarvan de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn, betreft, is het derdenverzet uitgaande van een vennoot die niet op de hoogte gebracht is of geen kennis gekr |
Faillissementsgegevens
| Datum publicatie | 09 januari 2026 |
| Type | andere |
| NUMAC | 2025010041 |
Over dit faillissement
een in artikel I.1, eerste lid, 1°, c), van dit boek bepaalde onderneming, of een rechtspersoon waarvan de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn, betreft, is het derdenverzet uitgaande van een vennoot die niet op de hoogte gebracht is of geen kennis gekr werd op 09 januari 2026 failliet verklaard door de ondernemingsrechtbank. Het faillissement werd geopend en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 09 januari 2026. Bekijk alle details van dit faillissement op FalingAlert.be, het dagelijks bijgewerkte Belgische faillissementenregister.
Publicatietekst Belgisch Staatsblad
Indien het faillissement van een in artikel I.1, eerste lid, 1°, c), van dit boek bepaalde onderneming, of een rechtspersoon waarvan de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn, betreft, is het derdenverzet uitgaande van een vennoot die niet op de hoogte gebracht is of geen kennis gekregen heeft van de aangifte van faillissement slechts ontvankelijk indien het wordt gedaan binnen de zes maanden na de opneming van de bekendmaking van het faillissement in het Belgisch Staatsblad, en ieder geval, binnen vijftien dagen na kennisname van het vonnis. Het derdenverzet is slechts ontvankelijk indien het wordt gedaan binnen vijftien dagen na de opneming van de bekendmaking van het vonnis in het Belgisch Staatsblad. De termijn om hoger beroep in te stellen tegen het vonnis, is vijftien dagen te rekenen vanaf de bekendmaking van het vonnis bedoeld in artikel XX.107 ». B.2. De parlementaire voorbereiding van artikel XX.108 van het Wetboek van economisch recht verwijst naar het vroegere artikel 14 van de faillissementswet van 8 augustus 1997, waarmee de wetgever een snelle en vlotte afwikkeling van de faillissementsprocedure beoogde, teneinde het normale marktmechanisme zo weinig mogelijk te verstoren en de situatie van alle betrokkenen, en vooral van de schuldeisers, zo snel mogelijk uit te klaren (Parl. St., Kamer, 1991-1992, DOC 48-631/13, p. 28). B.3. Uit de formulering van de prejudiciële vragen en de motieven van de verwijzingsbeslissing kan worden afgeleid dat de zaak voor het verwijzende rechtscollege betrekking heeft op een gefailleerde die partij was bij het vonnis van faillietverklaring en bijgevolg hoger beroep kon instellen. Het Hof beperkt zijn onderzoek van beide prejudiciële vragen tot die hypothese. B.4. Met de eerste prejudiciële vraag wordt het Hof gevraagd of artikel XX.108, § 3, vierde lid, van het Wetboek van economisch recht bestaanbaar is met de artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de recht...
Wil je meldingen ontvangen over gelijkaardige faillissementen in deze regio?
Stel een monitor in en ontvang een e-mail zodra een nieuw faillissement verschijnt.